|
Gangline
|
-
|
hoofdlijn die tussen de honden doorloopt en ze aan de slee verbindt
|
|
Harness
|
-
|
trektuig voor de hond, achteraan het harnas zit de tugline vast
|
|
Neckline
|
-
|
een kort lijntje (20-25 cm) aan de halsband en gangline, dat er voor zorgt dat de hond naast de gangline blijft lopen
|
|
Tugline
|
-
|
de lijn die het harnas verbindt met de gangline - de lijn waaraan de hond trekt
|
|
Musher
|
-
|
de persoon die de slee bestuurt. De term komt oorspronkelijk uit het Frans; marcher (= gaan, lopen)
|
|
Toboggan sled
|
-
|
slee met een platte bodem in plaats van glijders. Wordt vooral gebruikt in diepe zachte sneeuw
|
|
Basket sled
|
-
|
traditionele slee. Een basket slee is sneller op trajecten met slechts een paar centimer verse sneeuw bovenop een dikke laag harde sneeuw
|
|
Raised toboggan sled
|
-
|
een hybride van de toboggan en de basket slee die de voordelen van beide wil combineren
|
|
Stake-out
|
-
|
een hoofdkabel/ketting met daaraan diverse korte kabels om een aantal honden aan vast te maken. De uiteinden van de hoofdkabel worden met 2 lange roestvrij stalen pinnen schuin in de grond vastgezet
|
|
Snubline
|
-
|
een korte lijn tussen de slee en een boom of ander vast object terwijl de honden worden ingespannen. Deze voorkomt dat het team er met de slee vandoor gaat voordat de musher erop staat.
|
|
Lead dogs
|
-
|
de honden vooraan in het team. Meestal honden die goed gehoorzamen en vooruit willen, dit zijn vaak teven. Met 1 hond (= single lead) of met 2 honden (= double lead)
|
|
Swing dogs
|
-
|
de honden direct achter de lead dogs , of de honden tussen de point dogs en de wheel dogs
|
|
Wheel dogs
|
-
|
de twee honden direct recht voor de slee. Vaak zijn dit de sterkste honden van het team
|
|
Team dogs
|
-
|
alle andere honden dan de lead dogs, point dogs, swing dogs en wheel dogs
|
|
Trail
|
-
|
het te lopen parcours, het pad
|
|
Markers
|
-
|
lange stokken aan weerszijden van de trail, die bij hoge sneeuw zorgen dat deze zichtbaar blijft
|