Het '94 AKC geregistreerde Malamute Iditarod team,
Foto: Bob Russell, Storm Kloud Kennel
Mushing terminologie (algemeen)
Mushing commando's (besturing)
Eigenschappen voor een sledehond
Lowlandstrail Poolster
Lowlandstrail.com website in english Lowlandstrail - wie zijn wij? Lowlandstrail - reuen Lowlandstrail - teven Lowlandstrail - nestplanning Lowlandstrail - lees meer over de alaskan malamute en de alaskan husky Lowlandstrail - sledehondensport Lowlandstrail - belevenissen met onze sledehonden en nieuws over onze kennel Lowlandstrail - veel foto's! Lowlandstrail - links Lowlandstrail - gastenboek Lowlandstrail - hoe kun je ons bereiken?

Lowlandstrail is sponsored by

The Great races












Eigenschappen van een goede sledehond

Wil om te trekken
-
een goede sledehond houdt de tuglijn strak gespannen tijdens het lopen, het bewijs dat hij actief zijn deel van de last trekt.
Duurzaamheid
-
een goede sledehond blijft lopen op een goed tempo en met voldoende trekkracht voor de duur van de langste afstand waarvoor deze is geconditioneerd.
Snelheid
-
snelheid is geen absoluut begrip. Algemeen gezien heeft een snellere hond de voorkeur mits de wil om te trekken en duurzaamheid ook aanwezig zijn.
Houding en karakter
-
een goede sledehond heeft een positieve houding en is mentaal sterk ten opzicht van het werk dat hij doet. De honden die niet opgeven hoe slecht de omstandigheden ook zijn hebben de voorkeur. Vertoont geen agressie naar andere honden of honden binnen het team.
Een geboren sledehond
-
een geboren sledehond heeft de wil om te trekken als hij een harnas aanheeft en last voelt zelfs op een zeer jonge leeftijd van 4 of 5 maanden. Je hoeft hem niet te leren om te trekken en heeft vooral geen dwang nodig.
Intelligentië
-
een goede sledehond is intelligent, vermijdt obstakels, zoekt zelf het beste pad, zorgt zelf ervoor dat de touwen niet in de knoop komen, reageert slim op nieuwe en onbekende omstandigheden.
Gemakkelijk te trainen
-
een goede sledehond leert snel op een positive manier commando’s en procedures, zoals harnas aandoen en uitdoen, lineout etc..
Samenwerken
-
een goede sledehond werkt samen met zijn baas. Hij probeert om de wensen van zijn baas uit te voeren. In onbekende omstandigheden zoekt hij hulp en probeert de aanwijzingen van zijn baas uit te voeren.
Band
-
een goede sledehond heeft een diepe band met zijn baas. Hij geeft uiting van genegenheid, vertrouwen. In ruil voor eten, training en verzorging geeft hij gezelschap en loyaliteit.
Eten en drinken
-
een goede sledehond eet altijd met smaak waarneer hij eten krijgt aangeboden en drinkt genoeg water. Voeding en vocht zijn essentieel voor een sledehond en bijvoorbeeld een externe factor zoals stress mag hierop geen invloed hebben.
Gangwerk/Beweging
-
een goede sledehond heeft de lichaamsbouw en spierstelsel die er zorg voor draagt dat hij een vlotte en efficiënte manier van bewegen heeft tijdens het werken, met elke snelheid en gang. maar vooral de snelle draf en Canter zijn hier van belang.
Stofwisseling/Metabolisme
-
een goede sledehond kan zeer goed presteren met een kleine hoeveelheid energierijk voedsel. Hij herstelt zeer snel na een zware fysieke inspanning. Hij kan blijven werken voor een onbepaalde tijd in een vaste cyclus van werken, rust, eten en herstel.
Bestand tegen koude
-
een goede sledehond heeft dicht, zacht iets vettig onderhaar en recht, hard bovenhaar dat van het lichaam afstaat. De voeten zijn van het sneeuwschoen type, groot en compact, aaneengesloten en goed gebogen, Stevige voetzolen en korte, sterke nagels. De ogen zijn relatief klein en amandelvormig en schuin geplaatst. Hij geeft geen blijk van pijn of ongemakken. Dit allemaal in combinatie met zijn metabolisme geeft hem de mogelijkheden om te leven en werken in het extreme klimaat rond en in de poolgebieden.

Bron: Gedeeltelijk overgenomen uit het fokprogramma en handleiding voor de Seppala Siberian Sleddog
en aangepast voor de Alaskan Malamute, gepubliceerd als een appendix van de brief gericht aan
de Agriculture and Agri-Food Canada.